Wat ik heb geleerd...op de wegen van Oost-Afrika

Redactie Lonely Planet
Wat ik heb geleerd...op de wegen van Oost-Afrika

 Becky Kieha heeft gevochten tegen discriminatie om een van de eerste vrouwelijke chauffeurs op langeafstandssafari’s in de regio te worden, waar ze de bijnaam ‘Mama Overland’ aan heeft verdiend. 

Vrouwen in Oost-Afrika horen thuis te blijven en te zorgen voor de keuken, de koeien en de kinderen. Toen ik begon met werken, werd ik wel eens tegengehouden door mannen die vroegen waarom ik aan het rijden was. Maar ik houd van wat ik doe. Ik heb dingen gezien die ik nooit had gezien als ik was blijven koken, wassen en het huishouden doen.

Het is vermoeiend om tot wel acht uren per dag te rijden tussen Uganda, Tanzania en Kenia. De wegen zijn vaak hobbelig; ik vertel passagiers dat ze een “Afrikaanse massage” krijgen. Maar ik heb het voorrecht om prachtige landschappen en wilde dieren te zien en heb mensen van over de hele wereld ontmoet.

 In de Masai Mara en Serengeti heb ik kuddes van 70 olifanten gezien. Mensen vragen me waar je het best wilde dieren kunt spotten, maar elke plek heeft zijn eigen bijzonderheden. In Samburu National Reserve in Kenia vind je gerenoeks met hun lange nekken, en netgiraffen met unieke vachtpatronen. In Lake Nakuru National Park kun je de witte neushoorns niet missen, maar voor zwarte neushoorns moet je naar Ngorongoro Crater.

 Omdat ik zo vaak grenzen passeer, heb ik een speciaal Oost-Afrikaans paspoort. Het is goedkoper om te vervangen dan een internationaal paspoort als de stempelruimte vol is.

 De truc voor een goede en veilige safari is stil blijven. We vertellen al onze gasten heel duidelijk dat het belangrijk is om geen geluid te maken. Je kunt altijd wel zien wie er ondeugend gaat zijn.

 Elke dag brengt weer iets nieuws, maar mijn favoriet is het paarseizoen. Leeuwen vormen een stel voor twee tot drie dagen. Ze paren een paar minuten, rusten tien minuten uit en gaan dan weer bezig. Ik kan 30 minuten blijven staan en het mijn gasten drie of vier keer laten zien. Bavianen doen het met iedereen. De mannetjes staan altijd “aan”. Je krijgt nooit genoeg van dieren in het wild bekijken.

Gorilla’s zijn het meest fascinerend om te bekijken, het zijn net harige mensen. In Bwindi Impenetrable National Park in Uganda zie je families samen. Het is erg bijzonder hoe een man, vrouw en kind voor elkaar zorgen.

Hoewel de vlaktes van Oost-Afrika gezegend zijn met de grote dieren, hebben de bergen het beste uitzicht, en je vind er ook interessante kleinere dieren. In het Usambaragebergte in Tanzania kijk je mijlenver uit over rijk begroeid land en kameleons die van kleur veranderen.

Onderweg door Uganda verbaast het me altijd hoe ver ik door dik beboste gebieden kan rijden voordat ik gebouwen zie. Het is zo’n groot land, iedereen heeft zo veel ruimte.

In Oost-Afrika heb je allemaal kraampjes langs de weg met heerlijke snacks. Chauffeurs stoppen voor chai (thee), uji (pap) en mandazi (donuts) als ontbijt. Als ochtendsnack gaan ze waarschijnlijk voor een chapati – de favoriet van elke Keniaan – en als lunch wat ugali (maïsmeel) met sukuma wiki (groente) als je niet veel te besteden hebt (sukuma wiki betekent letterlijk ‘de week doorkomen’) of nyama (vlees) als je wel genoeg hebt.

Ik heb het geluk gehad met erg veel mensen contact te hebben. In Tanzania is er een dorp, Mto wa Mbu, met meer dan 100 verschillende stammen. In een groot deel van Kenia kleden we ons Europees, maar de Masai behouden hun cultuur. In Tanzania zie je nog steeds mensen gekleed in kanga-doeken en in Uganda zie je mensen in traditionele lange gewaden. We hebben verschillende culturen, maar zijn allemaal Afrikanen.

Openingsbeeld: Mik Peach / 500PX.com


Volg Lonely Planet op Instagram