Reis Wie is de Mol? achterna in Georgië

Redactie Lonely Planet
Reis Wie is de Mol? achterna in Georgië

Terwijl je zoekt naar aanwijzingen en luistert naar verdachte uitspraken, kun je je tijdens het kijken van Wie is de Mol? dit jaar ook vergapen aan het landschap van Georgië. Het Oost-Europese land is het decor voor het nieuwe seizoen van het programma en wij snappen wel waarom! Zo kent het land onder andere een rijke wijngeschiedenis en wij nemen je mee in een driedelige reisverhaal die in het teken staat van het vergeten wijnland. 

Het is twaalf uur 's middags. In de wijngaarden boven de Rionirivier horen we het lome gezoem van insecten in de warme lucht. Murad Vatsadze beklimt met blauwe slippers aan de steile bergweg. Boven hem gaan de beplante hellingen over in alpenweiden, waar het geklingel van koebellen in de frisse wind te horen is. We bevinden ons hoog in de uitlopers van de Kaukasus in Georgië. Onder ons kronkelt de vallei met kilometers aan wijngaarden.

Murtaz Vatsadze (rechts) en zijn zoon Murad behouden de eeuwenoude familietraditie van het maken van wijn | Foto: Andrew Montgomery / Lonely Planet

Murad laat me de wijnstokken zien die zijn overgrootvader hier 100 jaar geleden plantte. De zuidelijke helling krijgt de hele dag zon en zelfs op 1700 meter hoogte gedijen de druiven uitstekend. De zwaarbeladen wijnstokken die over draden gedrapeerd zijn bestaan uit twee lokale soorten: alexandrouli en mujuretuli. We lopen verder, en Murad leidt me naar de koele, donkere marani, de wijnkelder van zijn familie, die aan het ruime huis grenst. Bij de familie van Murad wordt al wijn gemaakt zo lang als men zich kan herinneren. De wijnpers is een uitgeholde boomstam. Hierin worden de druiven gestampt en het sap wordt door middel van houten leidingen die via gaten in de keldervloer verdwijnen opgevangen.

Onder deze openingen bevinden zich qvevri – enorme wijnvaten die typisch zijn voor Georgië. Ze zijn gemaakt van rode klei, kunnen drie meter diep zijn en genoeg wijn bevatten om zo’n 1300 flessen te vullen. De vorm is als die van een vaas, met brede schouders die naar beneden toelopen tot een wat puntige bodem. Ze worden geheel onder de grond begraven tot alleen de nek nog uitsteekt. De vloer is bedekt met leistenen deksels die de vaten afsluiten om de wijnen te laten rijpen. Murad opent een van de deksels van een lege qvevri. Het vat echoot als een waterput. Op de bodem glinstert nog een restje vloeistof en we bespeuren heel vaag de geur van zure wijn.

De openingen van de qvevri – ondergrondse wijnopslagvaten – bezaaien de vloer van de wijnkelder van de Vatsadzes als kraters | Foto: Andrew Montgomery/ Lonely Planet

De Vatsadze-familie maakt wijn op dezelfde manier als hun voorouders. Elk jaar worden de zeven qvevris met de hand schoon geschraapt met behulp van een stuk gevouwen kersenschors. Er worden geen chemicaliën of gist aan het geperste druivensap toegevoegd. Murad schept wijn uit de vaten met een dipper, gemaakt van pompoenschil. Het gezin leeft een landelijk, zelfvoorzienend leven. Ze houden varkens en bijen en telen tomaten, maïs, vijgen, bonen, appels, mispels en peren.

Wanneer het begint te schemeren verzamelen een tiental familieleden en vrienden zich rond een lange tafel die gedekt is met een feestmaal. Er is kip in knoflooksaus, zoute witte kaas, tomaten, brood gevuld met kaas en bonen, en een stoofpot met – volgens Murad – berenvlees. Ik vraag hem of hij me soms in de maling neemt, maar hij zweert dat de beer een week eerder is neergeschoten door de buurman. Hij serveert er zelfgemaakte rode en witte wijn bij. Ik kan niet wachten om mijn glas te heffen en de wijn te proeven, maar zo makkelijk gaat dat niet. Eerst staan we stil bij de significantie van wijn in Georgië.

De belangrijke status van wijn in dit land met vier miljoen inwoners is niet overdreven. In de hoofdstad Tbilisi staat een gigantisch standbeeld van Moeder Georgië met een zwaard om vijanden tegen te houden en een kom wijn om vrienden te verwelkomen. Elk huis heeft een hekwerk met wijnranken, waar rijpende druiven geduldig wachten op het jaarlijkse stampen. Wijn is hier een teken van trots en een symbool van gastvrijheid; het staat zowel centraal in de religie als in het familieleven. De wijnproductie heeft een connectie met het verleden en is een uiting van de nationale identiteit.

Vrijwel elke Georgiër die ik hier ontmoet maakt zijn eigen wijn – zij het op een bescheidenere schaal dan de familie Vatsadze. En als ze geen eigen wijnranken kunnen laten groeien, kopen stedelingen hun druiven op seizoensgebonden bazaars. Het opdienen van je eigen wijn aan gasten is hier een trotse bezigheid, en het nuttigen ervan is verfijnd tot een ware kunst. Het drinken van wijn is in Georgië altijd een feest, en wanneer dit gebeurt wordt er een tamada, een zogenaamde proostmeester, uitgekozen. Niet iedereen kan tamada zijn: je moet welbespraakt en grappig zijn, en goed tegen een drankje kunnen. Het is namelijk vrij normaal voor een Georgische man om op een avond twee à drie liter wijn naar binnen te slaan. In het huishouden van de Vatsadzes is vandaag Arto de tamada. Arto is een kalende, gedrongen man: een soort joviale versie van Tony Soprano. De eerste toost die hij uitbrengt is, zoals altijd, op de vrede. De toosten hierna variëren en kunnen de gasten, familie, overleden geliefden, de gastheer, vrouwen en kinderen danken en eren. Er wordt altijd een toost uitgebracht op de voorouders die de vooruitziende blik hadden om de wijnranken te planten.

Murtaz Vatsadze proost op het bijeenkomen van vrienden en familieleden | Foto: Andrew Montgomery / Lonely Planet

Na een paar rondes haalt Murad een drinkhoorn tevoorschijn, waar we om de beurt uit drinken. Dan zet zijn zwager Levan een lied in, terwijl twee anderen geïmproviseerde harmonieën ten gehore brengen. Deze polyfone zangstijl is ook pure Georgische traditie. Het is een melancholisch geluid, maar de boodschap is vrolijk, waarin de glorie van de wijn en een lang leven wordt gevierd. De wijn van Murad is een jaar-oude, robijnrode, koele, lichte en frisse wijn, met een zoetheid die hoort bij de combinatie van de druivensoort en deze regio, Racha, in het noordwesten van Georgië. Eenmaal gebotteld en verkocht staat hij beter bekend als khvanchkara. Deze onuitspreekbare naam zegt de meeste Europeanen niets, maar zeventig jaar lang was dit de favoriete drank van de Sovjet-elite, én – volgens de Georgiërs – van hun beruchte landgenoot Iosif Vissarionovitsj Dzjoegasjvili, oftewel Jozef Stalin.

Dit artikel werd eerder gepubliceerd in Lonely Planet magazine.

Openingsbeeld: Andrew Montgomery / Lonely Planet


Volg Lonely Planet op Instagram