Contrast in Qatar

Sophie Bous
Contrast in Qatar

Op een uniek stukje grond, omgeven door zand en water, toont de hoofdstad van Qatar zich het visitekaartje van de rijke oliestaat. Een boeiende stad waar niets te gek is, maar waar altijd authenticiteit in doorschemert.

In Souq Waqif is het opvallend koel. De geur van rozenwater en kardemom drijft door de smalle gangen van steen en hout, die nog verder vernauwen door uitgestalde jute zakken vol kruiden en pashmina’s in alle kleuren. Tegen de afbladderende gewitte muur van een zijpad staat rechtop een groene kruiwagen geparkeerd; zijn eigenaar, een hamali met grijs haar en een gerimpeld gezicht, staat in een kenmerkend Qatar-rood hesje af te wachten tot iemand van zijn kruierdiensten gebruik komt maken. De sfeer is ontspannen; tussen de tl-verlichte snoep- en kruidenwinkels zitten mannen in de herkenbare witte thobes op lage banken of kussens waterpijp te roken of thee te drinken. Terwijl ik naar buiten loop, voorbij de Perzische tapijten, word ik begroet door een schel kabaal; op de binnenplaats roepen bonte verzamelingen vogels en andere dieren om aandacht vanuit hun kooien. Weer verderop, langs het aangeveegde plaveisel, zitten mensen bij kleine restaurantjes op het terras, hun falafel extra verwarmd door de Midden-Oosterse zon.

De soek in Doha, de hoofdstad van Qatar, voelt een beetje als een stad in een stad. Het is een levendige, haast traditionele oase in een land dat eerder beelden oproept van glimmende hoogbouw, olierijkdom en chique inwoners en hun merktassen. Qatar maakte in de jaren 90 een onstuitbare groei door, die vooralsnog niet in vaart lijkt te minderen; nog steeds schieten links en rechts kantoorgebouwen en luxehotels als schitterende paddestoelen uit de woestijngrond. Maar Doha, de piepjonge metropool aan de Perzische Golf, blijkt bol te staan van kleine inkijkjes in het Qatar van weleer.

Het plein voor de soek is nagenoeg leeg en de hagelwitte buitenkant verraadt weinig van het leven erachter. De drukke straat voor me is Al Corniche, een zeven kilometer lange kustweg die de kromming van de baai volgt; dit is de beste plek om de evolutie van Qatar, en Doha in het bijzonder, te kunnen aanschouwen. Van oudsher was dit het kloppend hart van de hoofdstad, de plek waar vissers met hun houten boten de stad binnenvoeren. Jarenlang werd de economie van Qatar gedreven door deze dhows, en de grote hoeveelheden parels die ze naar de soek, en uiteindelijk ver daarbuiten, vervoerden. Toen er een manier ontwikkeld werd voor het op grote schaal produceren van synthetische parels stortte de handel in. Door de bijna ontdekking van olievelden krabbelde de economie vrij snel weer op, maar de dhows raakten steeds meer in onbruik. Toch liggen ze er nog steeds, houten symbolen van een verleden Qatar, dobberend tegen een achtergrond van de hoogbouw van de nieuwe tijd, aan de andere kant van het turquoise water.

De skyline van Doha contrasteert met de dhows die ervoor liggen. | Foto: Sophie Bous

Een bijzonder contrast ontstaat als ik aan boord stap van een authentieke dhow om het glimmende nieuwe deel van de stad in me op te nemen. Het is een prachtig, enigszins rommelig exemplaar dat, net als de meeste andere dhows, nu wordt ingezet voor korte tochten over de Perzische Golf. Kapitein Babu, een vrolijke Indiase man van rond de 50, kijkt tevreden uit over het blauwe water. Hij werkt al twee jaar op het houten schip. ‘Ik werkte hiervoor in Singapore, Maleisië, China… Maar Doha bevalt me wel.’ Hij glundert. ‘Al die talen en verschillende culturen, je vindt er nergens zoveel als hier.’ Daar zou hij nog wel eens gelijk in kunnen hebben – van de 2,6 miljoen inwoners van Qatar is minder dan 20% Qatari.

Achter ons drijft de drukte van Al Corniche steeds verder weg, maar direct naar het noorden doemt het zakelijke hart van de stad, het district West Bay, voor ons op. Een rits blinkende wolkenkrabbers pal aan het water, als een Midden-Oosters mini-Manhattan, met de Burj Doha als opvallend middelpunt. De opmerkelijke cilinder vormt een uitzondering tussen de scherpe lijnen en hoge kranen die de skyline van Doha’s zakendistrict tekenen. ’s Nachts is het de ster van de metropolitane lichtshow die zich aan het water voltrekt, maar overdag oogt hij vriendelijker. Een andere vreemde, maar iconische eend in de betonnen bijt is een piramidevormig gebouw, opvallend kleiner dan zijn omgeving, helemaal op het uiterste puntje van de Baai van Doha. ‘Het Sheraton Hotel,’ vertelt Babu. ‘Slechts 35 jaar geleden was dit het eerste luxehotel van Doha.’ De dhow buigt af en precies aan de overkant van de baai krijgen we nu een andere opmerkelijke, maar minstens zo’n iconische architectonische verschijning in het vizier: het Museum van Islamitische Kunst. Een eclectisch gebouw waarvan de strakke witte lijnen contrasteren met de sierlijke manuscripten en keramieken die je er binnen vindt, maar met zijn booggalerijen toch onmiskenbaar Midden-Oosters. Babu wijst me op de halvemaanvormige openingen die boven in het gebouw zichtbaar zijn. ‘Het is net een Islamitische vrouw in een nikab.’ Het gebouw is een metafoor voor Qatar; het is nieuw en modern, maar ademt traditie.

Qanat Quartier is als Venetië in de woestijn | Foto: Typhoonski / iStock

De dhow gaat weer aan wal in Porto Arabia, een jachthaven midden in The Pearl. De kunstmatige eilandengroep is een knipoog naar het parelvissen waar het land tot voor kort zijn geld mee verdiende. Op de kaart is dat goed te zien: drie baaien die als een soort oesters een eilandje omgeven dat er als een parel in het midden ligt. Porto Arabia is een van die baaien, stampvol jachten van klein tot groot, en omgeven door moderne woontorens en chique boetiekjes in mediterrane kleuren. Hier woont de welgestelde Qatari. In alles staat de mini-archipel haaks op zijn woestijnachtige oorsprong; het water is hier overal. Wandelend langs een aangeveegde promenade beland ik in de opmerkelijkste uitspatting hiervan: Qanat Quartier. Kanalen aan onnatuurlijk blauw water klotst tegen de muren van de suikergoedkleurige huizenblokken, als een pretparkachtige ode aan Venetië. Hier toont zich het Qatar van de beeldvorming: modern, groots, met kosten nog moeite gespaard. Maar het mist authenticiteit. Ik neem een mintgroene taxi terug naar de soek, waar tegen de avond het eerder zo verlaten plein verzamelplek blijkt voor locals die het weekend in luiden.

De volgende dag rijden voor de glimmende entree van het W Hotel Doha chique wagens af en aan. Goedgeklede mannen en vrouwen stappen in of uit, ze lijken letterlijk te stralen in de subtiele verlichting die vanuit de imposante pui op ze neerdaalt. Na een zoveelste glimmende Mercedes zie ik mijn lift voorrijden. Hij valt behoorlijk uit de toon: een forse Toyota, hagelwit, met gigantische banden. Achter het stuur zit Mohammad, die 13 jaar geleden vanuit Syrië naar Qatar verhuisde en nu vrijwel dagelijks in de woestijnduinen te vinden is – voor werk maar ook voor zijn vrije tijd. ‘Het is een vreemde hobby, maar iedereen in Qatar gaat in hun vrije tijd dune bashen. Als ik geen tours hoef te geven ga ik pas echt los.’ Hij trekt een serieus gezicht, maar zijn ogen twinkelen. ‘Ik maak het niet te gek hoor, ik heb nu een vrouw en kind thuis.’

De wolkenkrabbers maken plaats voor de woestijn | Foto: Sophie Bous

Terwijl we de stad uitrijden wordt het langzaam duidelijk hoe een schril contrast de hoofdstad vormt met de rest van het kleine land. Imposante wolkenkrabbers maken plaats voor eenvoudige appartementenwijken en uiteindelijk heel veel dorre grond en zand. Al snel is enig teken van leven buiten de snelweg verdwenen.

Bij een klein kampement houden we uiteindelijk halt. Arabische koffie in plastic bekertjes, een wc-blok en een tiental kamelen vormen de poort naar de woestijn van Qatar. In een andere tijd hadden we onze reis op deze viervoeters vervolgd, maar ze hebben de plaatselijke modernisering niet kunnen bijbenen. Nu rijden auto’s hier de weg af, het stof in, om voordat ze de grote leegte in trekken lucht uit hun banden te laten lopen. ‘Je wil een beetje mee kunnen veren met de zachte ondergrond,’ legt Mohammad uit. Zijn kopje koffie verspreidt een kruidige geur en hij trekt een enigszins bedenkelijk gezicht. ‘Hoewel het de afgelopen dagen behoorlijk heeft geregend. Dat verandert het zand.’ Terwijl Mohammad de banden van zijn auto een beetje laat leeglopen loop ik tussen de kamelen door. Ik aai er een over zijn lange hals; het voelt een beetje als een vettig tapijt. Dan wenkt Mohammad: het dune bashen kan beginnen.
Dat Mohammad de woestijn op zijn duimpje kent blijkt wanneer hij even later soepel de duinen op rijdt. Eenmaal boven wacht een wijds uitzicht, golven van zand zo ver het ook reikt. ‘Met gasten rijd ik meestal vrij rustig.’ De achteruitkijkspiegel reflecteert weer die glinstering in zijn lichte ogen. ‘Of kun je wel tegen een stootje?’ Al vrij snel wordt duidelijk wat dune bashing precies inhoudt: met een rotvaart de zandheuvels op scheuren, aan de andere kant steil naar beneden glijden, dan weer optrekken en verder scheuren, als een achtbaan die je zelf bestuurt. Op sommige momenten schuiven we zo steil een duin af dat ik door de voorruit alleen maar de naderende woestijngrond zie. Tot aan de horizon ben ik omgeven door zand, een sereen landschap van heuvels en ruwe sporen van autobanden, waarop de traag ondergaande zon lange schaduwen werpt. Bij scherpe bochten vliegt het zand hoog op naast mijn raam, en het geluid van wielen in het zachte zand klinkt soms bijna als een schip op zee.

Na enige tijd slippen en optrekken langs een onzichtbare route in het zand bereiken we de Inland Sea, een poëtisch genaamde zeearm die vanaf de Perzische Golf ver de woestijn in trekt. De eerste sterren prikken door de schemering en verbaas ik me over deze plek, nog geen uur van de levendige, hypermoderne stad. Een van de vele gigantische contrasten in zo’n klein land, dat meer blijkt te zijn dan zijn blinkende imago.

Reizen in stijl

Qatar in complete luxe ervaren? Dat begint eigenlijk al in het vliegtuig. De Business Class van Qatar Airways uitgeroepen tot de beste ter wereld, en dat mag geen wonder heten: in de individuele Qsuites voel je je zeven uur lang de heerser van het luchtruim. Je stoel klapt helemaal uit tot een bed, je krijgt er heerlijk eten voorgeschoteld (aan een sfeervol gedekte tafel) en als je even ongestoord een uiltje wilt knappen, dan schuif je gewoon je suitedeur dicht. Je laten vertroetelen op grote hoogte is helaas niet goedkoop: een individuele Qsuite kost vanaf €3.625 (retour).

Openingsbeeld: ronemmons / iStock


Volg Lonely Planet op Instagram